Life·Persoonlijk·Studie

Two may keep a secret if one of them is dead

Geheimen. Iedereen heeft ze. Grote geheimen, kleine geheimen. Ze komen voor, in allerlei soorten en maten. Marc-Marie Huijbregts liep jarenlang rond met een voor hem steeds zwaarder wordend geheim. Een geheim dat op een gegeven letterlijk ontzettend zwaar op zijn hoofd drukte. Hoewel het geheim eerst in dienst van hem stond, stond Huibregts op het moment dat hij zijn geheim onthulde in dienst van zijn geheim. Zijn geheim was een eigen leven gaan leiden en hij kon niet meer functioneren zoals hij wilde.

Denkend aan mijn eigen leven, heb ik zelf ook een tijdlang met een heel groot geheim rondgelopen. Ik schreef al eerder over het hebben van geheimen, maar ditmaal doel ik op een ander geheim. Lange tijd heb ik gedacht dat het beter was als ik alle informatie voor mezelf zou houden. En aangezien ik dit al een poosje had gedaan, werd het steeds normaler om mijn geheim, geheim te houden.

De eerste tijd ging het goed. Ik was mijn geheim de baas en ik had de touwtjes in handen. Als ik wilde dat het geheim bleef, dan bleef het geheim. Als ik er niet aan wilde denken, dan dacht ik er niet aan. Als ik niet wilde dat anderen erachter kwamen, dan kwamen anderen er niet achter.

Tot een gegeven moment het geheim mij begon over te nemen. Zoals Andreas Wismeijer[1] in zijn lezing aangaf, werden mijn gedachten met de minuut warriger. Ik kon enkel nog denken aan mijn geheim. Het was vreselijk. Alles wat ik probeerde, leek niet meer te werken. Alles wat ik deed, leek geen effect meer te hebben. Het geheim stond niet langer in dienst van mij, maar ik stond in dienst van mijn geheim. Alles wat ik deed, stond in het teken van het krampachtig voorkomen dat mijn geheim uit zou komen.

En toen viel het spreekwoordelijke doek voor mijn geheim op een dag. Ik kon niet langer doen alsof. Ik kon niet langer meer ontkennen of smoesjes verzinnen. Iemand had mijn geheim ontdekt en ik kon niets anders dan open zijn over hetgeen ik tijdlang geheim had gehouden.

Het was misschien niet heel schokkend, maar ik had geheimgehouden dat ik al jarenlang niet of nauwelijks at. De mensen in mijn omgeving had ik doelbewust om de tuin geleid. Ik wist precies wat ik moest zeggen om geen argwaan op te roepen. Ik wist precies wat ik moest doen om te zorgen dat ik niet door de mand zou vallen.

Tot die ene dag…

Mijn geheim was openbaar en hoewel ik in eerste instantie doodsbang was, was het ook een opluchting. Ik hoefde niet langer meer stiekem te doen. Ik hoefde niet langer meer steeds maar weer een ander smoesje te verzinnen en dan ook nog te onthouden aan wie ik wat had verteld. Ik denk dat ik met recht kan zeggen dat ik blij ben dat mijn geheim niet langer meer geheim is. De mensen om mij heen weten ervan en mijn eetstoornis is niet langer meer een taboe. Ik mag er zijn, met de eetstoornis. En dat… Dat is een opluchting die niet in woorden te beschrijven is.

eat_thumb_566x472

[1] Wismeijer, A. (2016, 30 maart). De psychologie van geheimen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s